Kinderen met psychische problemen bewegen slecht

08-02-2015 17:23

Kinderen met emotionele en gedragsproblemen hebben vaak zwakke motorische vaardigheden en lage fysieke fitheid.

Dit blijkt uit het proefschrift van psychomotorisch therapeut en psycholoog Claudia Emck. De door haar onderzochte kinderen hebben bijvoorbeeld moeite met hardlopen, springen, hinkelen, bal gooien en vangen. Ook zijn ze minder sterk, snel en lenig. Ze hebben een slechter evenwichtsgevoel en een zwak uithoudingsvermogen. Emck promoveert 26 mei aan de Vrije Universiteit.

Zwakke balans en balvaardigheid
Emck onderzocht drie verschillende stoornissen: emotionele stoornissen, gedragsstoornissen en pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat kinderen uit alle groepen over minder ontwikkelde motorische vaardigheden beschikken dan hun leeftijdsgenootjes. De twee specifieke motorische vaardigheden balans en balvaardigheid werden onderzocht. Problemen met het uitvoeren van balanceertaken bleken specifiek voor te komen bij kinderen met angststoornissen, terwijl zwakke balvaardigheid indicatief leek voor kinderen met ADHD. Kinderen met PDD bleken op alle onderdelen over de zwakste grofmotorische vaardigheden te beschikken.

Minder zelfvertrouwen
Kinderen met psychische stoornissen voelen zichzelf niet competent ten aanzien van hun motorische vaardigheden, aldus Emck. Uitzondering hierop zijn de kinderen met ADHD, die ertoe neigen hun vaardigheden te overschatten. Emck: ‘Vaak hebben deze kinderen ook minder zelfvertrouwen dan andere kinderen. Het is daarom voor hen extra moeilijk om mee te doen met spelen en sporten met leeftijdsgenoten, waardoor zij extra risico lopen om bewegingsarmoede – en daarmee verband houdende gezondheidsproblemen zoals overgewicht en diabetes – te ontwikkelen. In de huidige behandeling van kinderen met emotionele en gedragsproblemen is er nog weinig aandacht voor bewegingsproblemen’.

Vroege diagnose
Emck concludeert dat bij kinderen die aangemeld worden voor psychiatrische diagnostiek, ook altijd een bewegingsonderzoek dient plaats te vinden, ongeacht de aard van de psychiatrische problematiek of de symptomen die zij presenteren. Wanneer clinici aan de motorische problemen voorbij gaan, loopt het kind risico op bijkomende psychosociale problemen, lage fysieke fitheid en daarmee gepaard gaande gezondheidsproblemen, aldus de promovendus. Het in een vroeg stadium diagnosticeren van motorische problemen voorkomt, volgens haar, niet alleen secundaire problematiek, maar biedt ook handvatten voor op het individuele kind toegespitste vormen van bewegingsinterventies op psychomotorische therapie.

Bron: Emck, C., ‘Gross motor performance in children with psychiatric conditions’.